Boris Cherny van Anthropic laat Claude Code inmiddels al zijn code schrijven. Een signaal dat AI-programmeren volwassen wordt, maar ook vragen oproept over afhankelijkheid.

In Het Kort
- Boris Cherny van Anthropic laat Claude Code inmiddels 100% van zijn eigen code schrijven
- Een ontwikkelaarstool die plotseling door iedereen wordt gebruikt, ook door mensen die nooit een terminal hadden gezien
- De echte verschuiving: van 'AI helpt met code' naar 'AI schrijft alle code'
- De strategische vraag: hoe lang blijft programmeren nog een menselijke vaardigheid?
Boris Cherny heeft een interessant probleem. Als hoofd van Claude Code bij Anthropic bouwt hij de AI-tool die developers helpt met programmeren. Maar inmiddels schrijft die tool letterlijk al zijn code. Honderd procent. Cherny typt geen regel meer zelf.
Dat is niet zomaar een marketingverhaal. Het is een signaal dat we een kantelpunt hebben bereikt. De man die verantwoordelijk is voor een van de meest geavanceerde code-AI's ter wereld, vertrouwt zijn eigen creatie volledig. De vraag is of dat verstandig is.
Claude Code begon als een typische ontwikkelaarstool. Terminal, command line, voor mensen die weten wat een repository is. Maar het afgelopen jaar zag Anthropic iets opmerkelijks gebeuren: plotseling doken er gebruikers op uit alle mogelijke sectoren. Mensen die nog nooit een terminal hadden gezien, leerden ineens hoe ze hun computer moesten openen om dingen te bouwen.
Dat is geen toeval. Claude Code heeft iets wat andere AI-tools missen: het werkt gewoon. Geen eindeloze configuratie, geen teleurstellende resultaten. Je vraagt om code, je krijgt werkende code. Simpel.
Maar er zit een addertje onder het gras. Deze toegankelijkheid betekent ook dat mensen code gaan gebruiken zonder te begrijpen wat er gebeurt. Cherny noemt het 'vibe coding' - programmeren op gevoel, zonder echte kennis van wat er onder de motorkap gebeurt.
Ondertussen groeit er een ander probleem. Deze nieuwe generatie AI-tools vraagt om steeds meer toegang tot onze data, onze apps, zelfs onze hele apparaten. Claude wil in je e-mail, je agenda, je bestanden. In ruil daarvoor belooft het een digitale assistent te worden die alles voor je regelt.
Het is de klassieke privacy-paradox, maar dan op steroïden. Hoeveel van jezelf geef je weg voor een beetje gemak? En wat gebeurt er als die AI-assistent wordt gehackt, of als het bedrijf erachter besluit je data te verkopen?
Anthropic werkt aan Cowork, een poging om Claude Code toegankelijker te maken voor gewone gebruikers. Maar Cherny is eerlijk: niemand weet nog precies hoe dat eruit gaat zien. Het wordt geen chatvenster, maar wat dan wel?
Voorlopig blijft de terminal de plek waar de echte magie gebeurt. Dat is tegelijk de kracht en de zwakte van Claude Code. Het is ongelooflijk krachtig voor wie het kan gebruiken, maar het blijft een barrière voor de rest.
De vraag is of dat erg is. Misschien moeten niet alle tools voor iedereen toegankelijk zijn. Misschien is het goed dat er nog een drempel bestaat tussen 'ik wil iets bouwen' en 'ik kan daadwerkelijk iets bouwen'.
Cherny's verhaal over 100% AI-geschreven code klinkt indrukwekkend. Maar het roept ook vragen op. Wat gebeurt er als Claude Code een dag offline is? Kan Cherny dan nog wel zijn werk doen? En wat betekent het voor de volgende generatie programmeurs als de huidige generatie al geen code meer schrijft?
We staan aan het begin van een experiment waarvan niemand de uitkomst kent. AI schrijft steeds meer van onze code, beheert steeds meer van onze data, en neemt steeds meer beslissingen voor ons. Het is efficiënt, het is handig, en het werkt.
Tot het niet meer werkt. En dan zitten we met de gebakken peren.